Aardappelhandelaar mag uitbreiden in agrarisch gebied in Lebbeke

Een aardappelgroothandel in Lebbeke mag een nieuwe loods bouwen met een volwaardige was-, sorteer- en inpaklijn. De Raad voor Vergunningsbetwistingen oordeelt dat de activiteiten para-agrarisch blijven en verwerpt het beroep van bezorgde buren.

brown round food in stainless steel container

Foto: Eric Prouzet (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)

Korte samenvatting

De Raad voor Vergunningsbetwistingen (RvVb) heeft het vernietigingsberoep verworpen tegen de omgevingsvergunning voor de uitbreiding van een aardappelbedrijf in Lebbeke. Buren vreesden ernstige hinder door onder meer 586 zware vrachtwagenbewegingen per jaar en stelden dat de nieuwe industriële was- en sorteerlijn niet thuishoort in agrarisch gebied. Volgens de Raad blijft het bedrijf echter para-agrarisch omdat verse producten worden verwerkt zonder fysische wijziging. Ook hoefde over een laatste reeks planaanpassingen geen nieuw openbaar onderzoek te worden georganiseerd.

Bron: RvVb 1 oktober 2026, nr. RvVb-2627-0096. (opent in nieuw tabblad)

Wanneer groeit een agrarische nevenactiviteit uit tot een volwaardig industrieel verwerkingsbedrijf dat niet langer in agrarisch gebied thuishoort? Die vraag lag voor bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen (RvVb) na fel buurtprotest tegen de uitbreiding van een aardappelhandel aan de Lange Breestraat in Lebbeke.

De deputatie van Oost-Vlaanderen verleende aan de exploitant een omgevingsvergunning om een nieuwe loods op te trekken voor het wassen, sorteren en inpakken van verse aardappelen. Drie omwonenden, die eigenaar zijn van twee aanpalende woningen aan de overzijde van de straat, stapten daarop naar de bestuursrechter. Zij voerden aan dat de schaal en intensiteit van de geplande mechanische waslijn en de dagelijkse transporten neerkomen op industriële bedrijvigheid.

De vergunninghouder betwistte eerst het belang van de buren, omdat zij de panden verhuren en er zelf niet wonen. De RvVb veegt dat bezwaar van tafel. Eigenaars die vrezen voor waardevermindering van hun vastgoed en verlies aan verhuurbaarheid hebben wel degelijk voldoende persoonlijk belang om een vergunning aan te vechten.

Para-agrarisch karakter

Ten gronde oordeelt de Raad dat de deputatie de uitbreiding terecht als para-agrarisch heeft gekwalificeerd. De gewestplanvoorschriften laten bedrijven toe waarvan de activiteit onmiddellijk aansluit op de landbouw. Zolang verse landbouwproducten worden bewaard, gesorteerd en verpakt zonder dat ze een fysische transformatie ondergaan, behoudt het bedrijf zijn agrarische link. Dat er machinale was- en sorteerlijnen worden geplaatst, ontneemt het bedrijf volgens de Raad niet zijn para-agrarisch statuut.

Ook het bezwaar dat de deputatie de mobiliteitshinder had onderschat, houdt geen stand. De provincie legde strikte voorwaarden op, zoals een verbod op transporten buiten de uren tussen 7 en 19 uur en een maximum van één vrachtwagen per uur. Daarnaast moesten de rolpoorten tijdens de werking gesloten blijven.

Tot slot oordeelt de Raad dat het schrappen van bepaalde vergunningsrubrieken en het verfijnen van de groenbuffer in een achtste projectversie geen nieuw openbaar onderzoek vereiste. Die wijzigingen kwamen tegemoet aan eerdere bezwaren en brachten geen kennelijke schending van de rechten van derden mee.

Voor landbouwers en agrovoedingsbedrijven bevestigt dit arrest dat het opschalen van mechanische was-, sorteer- en verpakkingsactiviteiten perfect toelaatbaar blijft in agrarisch gebied, zolang het product vers blijft en de functionele band met de agrarische keten overeind blijft.

Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: RvVb 1 oktober 2026, nr. RvVb-2627-0096. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.