Aanvragers van humanitaire regularisatie moeten uitzonderlijke omstandigheden vooraf melden

Een zwangere Nigeriaanse vrouw krijgt haar regularisatieaanvraag niet behandeld omdat zij haar gewijzigde gezinsituatie niet vooraf aan de overheid meldde. De RvV houdt vast aan een toetsing op de datum van de beslissing.

A person signs a document with a pen

Foto: Haim Charbit (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)

Korte samenvatting

De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen verwerpt het beroep van een Nigeriaanse vrouw tegen de onontvankelijkverklaring van haar regularisatieaanvraag op grond van artikel 9bis van de Vreemdelingenwet. De verzoekster slaagde er niet in buitengewone omstandigheden aan te tonen die een tijdelijke terugkeer naar haar herkomstland verhinderen. Haar zwangerschap en nieuwe partnerrelatie had zij niet tijdig aan de overheid gemeld, waardoor de bestuursrechter deze feiten niet mag meenemen in zijn wettigheidstoetsing.

Bron: RvV 31 augustus 2026, nr. 352.118. (opent in nieuw tabblad)

Wie in België verblijf zoekt via de humanitaire regularisatieprocedure, moet aantonen waarom de aanvraag niet vanuit het land van herkomst kan worden ingediend. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen bevestigt dat een vreemdeling nieuwe omstandigheden, zoals een gevorderde zwangerschap, tijdig aan het bestuur moet melden en niet pas voor de rechter kan opwerpen.

De vrouw verbleef al enkele jaren in België en had eerder twee vergeefse asielaanvragen doorlopen. In 2021 verkreeg zij tijdelijk een verblijfsvergunning als slachtoffer van mensenhandel, maar die machtiging werd eind 2022 ingetrokken. Later diende zij een humanitaire regularisatieaanvraag in op grond van artikel 9bis van de Vreemdelingenwet.

De gemachtigde van de minister van Asiel en Migratie verklaarde de aanvraag op 21 mei 2026 onontvankelijk. Volgens de overheid toonde de vrouw geen buitengewone omstandigheden aan die een tijdelijke terugkeer naar Nigeria verhinderen om daar via de Belgische consulaire post een visumaanvraag in te dienen. In Nigeria kan zij immers een beroep doen op opvangnetwerken voor slachtoffers van mensenhandel en op haar familie.

Nieuwe feiten voor de rechter

Voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) voerde de verzoekster aan dat zij intussen hoogzwanger was en een relatie had opgebouwd met een nieuwe partner. De stress van een gedwongen vertrek zou haar bevalling in gevaar brengen en haar recht op een gezinsleven schenden.

De Raad verwerpt die argumenten. De rechter oordeelt dat het onderzoek naar de wettigheid van een beslissing gebaseerd moet zijn op de feitelijke en juridische toestand op het ogenblik van de beslissing zelf. De vrouw had haar zwangerschap en nieuwe relatie nooit meegedeeld aan de vreemdelingendienst in het kader van een actualisatie van haar dossier.

Ook het beroep op artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens biedt geen soelaas. Staten mogen immers van vreemdelingen eisen dat zij een verblijfsaanvraag vanuit het buitenland indienen en de uitkomst daar afwachten, tenzij concrete elementen aantonen dat een tijdelijke terugkeer een onevenredige inmenging vormt.

Wie een humanitaire regularisatie nastreeft, moet alle recente levensfeiten zoals een zwangerschap of gezinswijziging onmiddellijk melden aan het bestuur. Feiten die pas voor de bestuursrechter worden aangebracht, blijven buiten beschouwing bij de wettigheidstoetsing van een onontvankelijkheidsbeslissing.

Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: RvV 31 augustus 2026, nr. 352.118. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.