VennootschapsrechtFiscaal recht

Aansprakelijkheid uitgetreden vennoot: geen vennootschapsbelasting na datum van uittreding

De fiscus mag een uitgetreden vennoot niet aanspreken voor vennootschapsbelasting van een boekjaar dat pas na diens vertrek werd afgesloten. De Antwerpse beslagrechter heft een beslag op vakantiegeld daarom gedeeltelijk op.

Calendar marked with "tax day" on the 15th

Foto: Vitalii Abakumov (opent in nieuw tabblad) op Unsplash (opent in nieuw tabblad)

Korte samenvatting

De beslagrechter van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen oordeelt dat een voormalige vennoot van een vennootschap onder firma niet aansprakelijk is voor vennootschapsbelasting van een boekjaar dat pas na zijn uittreding is afgesloten. Volgens het Wetboek van de inkomstenbelastingen ontstaat de belastingschuld pas op het moment van afsluiting van het boekjaar. Omdat het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, anders dan het oude recht, geen verlengde aansprakelijkheid tot het jaareinde meer oplegt, verklaart de rechter het vereenvoudigd derdenbeslag van de fiscus voor dat latere aanslagjaar onrechtmatig.

Bron: Rb. Antwerpen 29 juni 2026, nr. 26/854/A. (opent in nieuw tabblad)

Een uitgetreden vennoot met onbeperkte aansprakelijkheid hoeft niet op te draaien voor vennootschapsbelasting die pas na zijn vertrek ontstaat. Dat besliste de beslagrechter van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen in een geschil over een loonbeslag door de fiscus. De uitspraak verduidelijkt hoe het nieuwe vennootschapsrecht de historische nasleep van belastingschulden beperkt.

De betrokkene richtte in 2018 een coöperatieve vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid op. Door de invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV) vielen de activiteiten vanaf 2020 onder de dwingende regels van de vennootschap onder firma, waarin vennoten hoofdelijk en met hun eigen vermogen instaan voor de schulden.

In mei 2023 droeg de oprichter zijn aandelen over en legde hij zijn bestuursmandaat neer. Die uittreding werd op 10 mei 2023 officieel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. In januari 2026 legde de fiscus echter beslag onder derden op zijn vakantiegeld om openstaande vennootschapsbelasting voor de boekjaren 2022 en 2023 in te vorderen.

Tijdstip van ontstaan

De beslagrechter oordeelt dat het tijdstip waarop de belastingschuld ontstaat doorslaggevend is. Volgens het Wetboek van de inkomstenbelastingen ontstaat vennootschapsbelasting definitief op de datum waarop het boekjaar afsluit. Voor het boekjaar 2022 was dat 31 december 2022, een moment waarop de man nog vennoot was. Voor die aanslag blijft hij dan ook persoonlijk aansprakelijk.

Voor het boekjaar 2023 lag de afsluitingsdatum op 31 december 2023, ruim na de gepubliceerde uittreding. Onder het vroegere vennootschapsrecht bleef een uitgetreden vennoot nog vijf jaar aansprakelijk voor alle verbintenissen tot het einde van het uittredingsjaar. Het huidige wetboek bevat die regel niet meer, waardoor er na de publicatiedatum geen hoofdelijkheid meer kan ontstaan voor nieuwe belastingschulden.

Voor vennoten met onbeperkte aansprakelijkheid bevestigt de uitspraak het belang van een snelle publicatie van hun uittreding in het Belgisch Staatsblad. De fiscus kan hen onder het WVV niet meer aanspreken voor vennootschapsbelasting over het lopende boekjaar als dat pas afsluit na de officiële bekendmaking van hun vertrek.

Dit artikel is gegenereerd met behulp van kunstmatige intelligentie, op basis van het originele brondocument: Rb. Antwerpen 29 juni 2026, nr. 26/854/A. (opent in nieuw tabblad) Lees meer over hoe we bij Ex Ante werken met kunstmatige intelligentie.